De Quakers

De quakergemeenschap wordt voornamelijk gekenmerkt door de manier waarop quakers tegen het leven en de medemens aankijken en niet zozeer door hun geloofsovertuiging. Quakers proberen God op een heel directe manier te ervaren in zichzelf, in hun relatie met anderen en in de wereld om hen heen. In deze ontmoetingen met het goddelijke vinden quakers de zin en het doel van hun leven.
De basis van onze gemeenschap is de Stille Samenkomst. Wij zoeken samen naar een stilte waarin wij nader tot God en tot elkaar komen.
De weg van de quakers heeft zijn wortels in het christendom, maar laat zich inspireren door allerlei religies en levensbeschouwingen. Wij richten ons vooral op eigen geloofservaringen en niet zozeer op geschreven geloofsbelijdenissen.
Ons gemeenschapsleven is niet gebaseerd op een geloofsbelijdenis maar op een gezamenlijk zoeken naar inspiratie, het delen van onze geloofsbeleving en levensbeschouwing en onderlinge samenwerking.

Onze geloofservaring brengt ons ertoe in het bijzonder waarde te hechten aan oprechtheid, gelijkwaardigheid, eenvoud en vrede. Wij proberen deze getuigenissen, zoals wij ze noemen, vooral in praktijk te brengen in plaats van ze op papier te zetten.
Bij de quakers zijn geen voorgangers, priesters of leiders omdat wij geloven dat iedereen zelf in staat is om God te ervaren.


Vredesgetuigenis
De Quakers ontlenen hun identiteit voornamelijk aan een aantal getuigenissen. Een belangrijk getuigenis is het Vredesgetuigenis.
Wij verwerpen met grote nadruk alle oorlog en oorlogshandelingen, ongeacht het doel of voorwendsel dat eraan ten grondslag ligt.
Dit getuigenis richten wij tot alle mensen. De Geest van Christus, waardoor we ons laten leiden is standvastig en kan ons dus niet het ene ogenblik aansporen onze vijand lief te hebben en ons later aansporen om de vijand te vernietigen.

Naar onze diepste overtuiging, die wij openlijk verkondigen, zal de Geest van Christus, die ons in alle waarheid leidt, ons nooit aansporen om met uiterlijke wapens te strijden of oorlog te voeren tegen wie dan ook; niet in naam van het Koninkrijk van God, en ook niet ter verdediging van aardse koninkrijken of naties.
Vrij naar George Fox, 1660